ESSAY—TRYING TO GET A GRIP ON THE SITUATION
We nodigde Iris van der Zee uit om te schrijven over Ton Zwervers tentoonstelling.
Omdat, hoe clichématig ook, “alles al eens gedaan is”, hoeft geen enkele hedendaagse kunstenaar het wiel nog uit te vinden. Elk kunstwerk, elk oeuvre, is gebouwd op de schouders van voorgaande kunstenaars. Een oeuvre zweeft daarom nooit als een eenzame planeet door een sterrenstelsel, maar staat altijd in verbinding met de sterren om zich heen. Tegenstrijdig met de hardnekkige mythe van de kunstenaar als eenzame genie is een kunstwerk vaak het resultaat van samenwerking tussen de kunstenaar en ambachtslieden of assistenten. De mythe verlangt echter dat het werk wordt toegekend aan een eenling, aan degene die ten slotte het werk signeert.
Maar als ik een idee heb voor een kunstwerk en het vervolgens laat uitvoeren door derden, mag het kunstwerk dan alleen mijn naam dragen? En als ik mijn werk zie binnen een traditie van bepaalde kunstenaars, maar tegelijkertijd gefrustreerd raak wanneer ik zie dat iemand anders vergelijkbaar werk maakt als ik, is dat dan niet tegenstrijdig? Met andere woorden, wat betekent eigenaarschap voor een kunstenaar?
Misschien wel het bekendste kunstwerk uit de kunstgeschiedenis, Fountain van Marcel Duchamp, is niet ‘van’ Marcel Duchamp, maar ‘van’ Elsa von Freitag-Loringhoven. Het werk leverde aanvankelijk weinig aandacht op, totdat Duchamp het zich enkele jaren na Freitag-Loringhoven’s dood toe-eigende. Freitag-Loringhoven ontnam het urinoir van zijn functie en doopte het om tot kunstwerk, maar Duchamp eiste vervolgens het eigenaarschap van het werk op. Behoort Fountain dan tot Freitag-Loringhoven, simpelweg omdat zij de geestelijk vader (moeder) is van het kunstwerk en een handtekening op het urinoir zette, of tot Duchamp, omdat de hele wereld zijn leugen voor waarheid aannam en hij na Fountain meerdere, enorm succesvolle replica's de wereld in slingerde?
Het concept ‘eigenaarschap’ is een kenmerkend onderdeel van het functioneren van de kunstwereld, maar het raakt ook een gevoelige snaar: het legt het egocentrisme van de kunstwereld en zijn kunstenaars bloot. Das Leben am Haverkamp speelt met dit ongemak, zij het op een on-ongemakkelijke manier. In het verlengde van de eerdere tentoonstelling Vier attracties, één kermis, destilleert Das Leben am Haverkamp ook dit keer een belangrijk onderdeel uit het kunstenaarschap, om het vervolgens op de schop te nemen. Waar de vier kunstenaars uit het collectief in de vorige tentoonstelling van identiteit en kunstpraktijk wisselden, is het dit keer een kunstenaar van buitenaf, namelijk Ton Zwerver, die de structuur van het collectief komt opschudden. Voor de tentoonstelling Trying to get grip on the situation dook Zwerver het archief in om nieuw werk te maken uit bestaande stukken, prototypes en restmaterialen van Das Leben am Haverkamp. Net als in de tentoonstelling Vier attracties één kermis wordt ook in de huidige tentoonstelling artistiek eigenaarschap bevraagd.
Ton Zwerver (1951) is beeldhouwer, fotograaf en maakt performances. Net als Freitag-Loringhoven of Duchamp eigent Zwerver zich vaak alledaagse voorwerpen toe en maakt ze vervolgens onderdeel van een sculpturaal werk. Hij ontdoet de voorwerpen van hun functie of schrijft ze een nieuwe toe. In recente werken, treffend getiteld Sculptural Situations, creëert hij sculpturale situaties. In deze werken vormt zijn eigen lichaam het lege canvas voor kleurrijke, veelvormige, absurdistische, soms griezelige, maar vaker humoristische composities die het midden houden tussen kostuumontwerp, sculptuur en performance. Zijn videosculpturen bewegen, soms meditatief, dan weer spannend door een voorwerp dat dreigt te vallen. Als kinetische sculpturen die niet worden aangedreven door een mechaniek, maar door het lichaam van de maker. Zwervers situaties doen qua vorm denken aan happenings uit de vorige eeuw: zijn beweeglijke sculpturen zijn altijd tijdelijk van aard en komen improviserend tot stand. De tijdelijke sculpturen bestaan bij de gratie van de video-opname en duren zo lang de video draait. Hierna gaan de afzonderlijke attributen terug de kast in, wachtend tot ze er op een later moment worden uitgehaald voor een nieuwe compositie.
Trying to get grip on the situation is Zwervers meest recente expositie, met werken die tot stand zijn gekomen in het atelier van Das Leben am Haverkamp. Het collectief leende hem niet alleen een plek in hun werkruimte als een artist in residence, maar gaf Zwerver toegang tot hun archief. De werken die te zien zijn in deze expositie maakte Zwerver uit archiefstukken, prototypes, restmaterialen en vergeten werken van Dewi, Christa, Gino of Anouk. “An exhibition by Ton Zwerver”, lees ik in de uitnodiging die in mijn mailbox verschijnt. De zin leest als een antwoord op het vraagstuk rond eigenaarschap die het uitgangspunt vormt van deze expositie. De werken van het collectief hebben hun dienst bewezen in modeshows, exposities en fotoreportages. Nu is het aan Zwerver om de eindverantwoordelijke te zijn over deze objecten en materialen. Eigenaarschap krijgt hierdoor iets tijdelijks: het werk is van degene die er op dat moment regie over neemt. Daarmee is het werk van niemand en toch ook van iedereen - maar niet tegelijkertijd. Op dit moment is het werk van Ton Zwerver. Tot de samenwerking tot een einde komt, dan gaan de stukken opnieuw de kasten in, wachtend tot iemand anders de regie over hen neemt.
Met dank aan Stimuleringsfonds Creatieve Industrie.